1. Bijtelling elektrische auto’s in 2026 en verder
Elektrische auto’s blijven ook in 2026 en 2027 fiscaal aantrekkelijker dan brandstofauto’s, al wordt het voordeel verder afgebouwd. De bijtelling stijgt stapsgewijs:
- 2026: 18% over de eerste €30.000, 22% over het meerdere
- 2027: 20% over de eerste €30.000, 22% daarboven
- 2028: 22% over de volledige cataloguswaarde
Deze geleidelijke verhoging van de bijtelling betekent dat een elektrische leaseauto steeds duurder wordt voor de berijder.
2. Motorrijtuigenbelasting (mrb) voor elektrische auto’s
In 2025 gold nog een korting van 75% op de motorrijtuigenbelasting voor elektrische voertuigen. Vanaf 2026 wordt deze korting fors verlaagd:
- 2026–2028: 30% korting (je betaalt 70% van het reguliere tarief)
- 2029: 25% korting
Voor werkgevers met elektrische auto’s stijgen de vaste lasten daarmee geleidelijk. Het kabinet onderzoekt daarnaast een nieuw MRB-systeem waarbij niet het gewicht, maar mogelijk het formaat van de auto bepalend wordt voor de belastingheffing.
3. Nieuwe pseudo-eindheffing voor werkgevers vanaf 2027
Vanaf 1 januari 2027 wordt een nieuwe pseudo-eindheffing ingevoerd voor werkgevers die een zakelijke brandstofauto ter beschikking stellen aan werknemers. Deze heffing bedraagt 12% van de netto cataloguswaarde van de auto. De werkgever mag deze kosten niet verhalen op de werknemer.
Een voorbeeld: bij een auto met een cataloguswaarde van €35.000 betaalt de werkgever €4.200 per jaar extra.
Voor voertuigen die vóór 1 januari 2027 in gebruik zijn genomen, geldt een overgangsregeling tot 17 september 2030. Een nieuwe brandstofauto die wordt geleaset voor een periode van 60 maanden, valt daarmee straks al onder de pseudo-eindheffing.
4. Accijnskorting op brandstof verlengd, maar lager
De tijdelijke accijnskorting op benzine, diesel en LPG is verlengd tot 1 januari 2027. De korting zelf wordt echter lager dan in 2025, waardoor de effectieve accijns in 2026 iets hoger ligt. De korting bedraagt:
- Benzine: 15,7 cent per liter
- Diesel: 10,12 cent per liter
- LPG: 3,7 cent per liter
Vanaf 2027 vervalt de korting, waardoor brandstofkosten stijgen en elektrische mobiliteit relatief aantrekkelijker wordt.
5. Rapportage werkgebonden personenmobiliteit (WPM)
Vanaf 2027 geldt de WPM-verplichting alleen nog voor organisaties met 250 medewerkers of meer. De eerdere grens van 100 werknemers vervalt, waardoor veel middelgrote organisaties worden vrijgesteld. Rapporteren mag wel. Voor organisaties blijft de WPM een belangrijk instrument om CO₂-uitstoot en mobiliteitsstromen inzichtelijk te maken. Kijk voor meer informatie over de rapportageverplichting op RVO.nl.
6. Fiets van de zaak en deelfietsen
Voor de fiets van de zaak blijft de bijtelling in 2026 7% wanneer de fiets ook privé wordt gebruikt. Voor bedrijfsfietsen die niet structureel bij het woonadres van de werknemer worden gestald (zoals deel-, pool- en hubfietsen) geldt vanaf 2026 geen bijtelling. Deze regeling werkt met terugwerkende kracht tot 2020.
7. Reiskostenvergoeding en thuiswerkvergoeding in 2026
De onbelaste reiskostenvergoeding blijft in 2026 ongewijzigd op €0,23 per kilometer. Deze vergoeding geldt voor woon-werkverkeer en zakelijke reizen met eigen vervoer, openbaar vervoer of carpoolen. Voor openbaar vervoer mogen ook de werkelijke kosten belastingvrij worden vergoed. De thuiswerkvergoeding stijgt in 2026 naar €2,45 per dag, vijf cent meer dan in 2025.