Belastingplan 2026 en zakelijke mobiliteit: dit verandert er voor werkgevers en werknemers

14.01.2026
  • Elektrisch rijden blijft fiscaal aantrekkelijk, maar voordelen worden verder afgebouwd
  • Zakelijke brandstofauto’s worden structureel duurder door nieuwe heffingen
  • Fiscale drempel verdwijnt voor OV-fietsen en deelfietsen
  • Flexibel mobiliteitsbeleid en mobiliteitsbudgetten worden steeds belangrijker



Het Belastingplan 2026 bevat ingrijpende wijzigingen voor zakelijke mobiliteit. Elektrisch rijden blijft fiscaal aantrekkelijk, maar de voordelen worden verder afgebouwd, terwijl zakelijke brandstofauto’s door nieuwe heffingen structureel duurder worden. Tegelijkertijd verdwijnen fiscale drempels voor OV-fietsen en deelfietsen, waardoor flexibel reizen eenvoudiger en aantrekkelijker wordt. De beweging die in 2025 al werd ingezet, bijvoorbeeld via aangepaste mogelijkheden voor bruto inhoudingen voor privé OV-reizen, krijgt daarmee een duidelijk vervolg.

Deze ontwikkelingen maken duidelijk dat vaste mobiliteitsregelingen steeds minder passen bij de praktijk van hybride werken, wisselende reisbehoeften en duurzaamheidsdoelstellingen. Flexibele mobiliteitsbudgetten en een integraal mobiliteitsbeleid worden daarmee niet langer een ‘extra’, maar een noodzakelijke basis.

In dit artikel lees je welke maatregelen in het Belastingplan 2026 zijn opgenomen, wat dit concreet betekent voor werkgevers en werknemers en waarom een toekomstbestendige visie op mobiliteit én integraal mobiliteitsbeleid steeds belangrijker wordt.

Belastingplan 2026: de belangrijkste wijzigingen voor zakelijke mobiliteit

1. Bijtelling elektrische auto’s in 2026 en verder

Elektrische auto’s blijven ook in 2026 en 2027 fiscaal aantrekkelijker dan brandstofauto’s, al wordt het voordeel verder afgebouwd. De bijtelling stijgt stapsgewijs:

  • 2026: 18% over de eerste €30.000, 22% over het meerdere
  • 2027: 20% over de eerste €30.000, 22% daarboven
  • 2028: 22% over de volledige cataloguswaarde

Deze geleidelijke verhoging van de bijtelling betekent dat een elektrische leaseauto steeds duurder wordt voor de berijder.

2. Motorrijtuigenbelasting (mrb) voor elektrische auto’s

In 2025 gold nog een korting van 75% op de motorrijtuigenbelasting voor elektrische voertuigen. Vanaf 2026 wordt deze korting fors verlaagd:

  • 2026–2028: 30% korting (je betaalt 70% van het reguliere tarief)
  • 2029: 25% korting

Voor werkgevers met elektrische auto’s stijgen de vaste lasten daarmee geleidelijk. Het kabinet onderzoekt daarnaast een nieuw MRB-systeem waarbij niet het gewicht, maar mogelijk het formaat van de auto bepalend wordt voor de belastingheffing.

3. Nieuwe pseudo-eindheffing voor werkgevers vanaf 2027

Vanaf 1 januari 2027 wordt een nieuwe pseudo-eindheffing ingevoerd voor werkgevers die een zakelijke brandstofauto ter beschikking stellen aan werknemers. Deze heffing bedraagt 12% van de netto cataloguswaarde van de auto. De werkgever mag deze kosten niet verhalen op de werknemer.

Een voorbeeld: bij een auto met een cataloguswaarde van €35.000 betaalt de werkgever €4.200 per jaar extra.

Voor voertuigen die vóór 1 januari 2027 in gebruik zijn genomen, geldt een overgangsregeling tot 17 september 2030. Een nieuwe brandstofauto die wordt geleaset voor een periode van 60 maanden, valt daarmee straks al onder de pseudo-eindheffing.

4. Accijnskorting op brandstof verlengd, maar lager

De tijdelijke accijnskorting op benzine, diesel en LPG is verlengd tot 1 januari 2027. De korting zelf wordt echter lager dan in 2025, waardoor de effectieve accijns in 2026 iets hoger ligt. De korting bedraagt:

  • Benzine: 15,7 cent per liter
  • Diesel: 10,12 cent per liter
  • LPG: 3,7 cent per liter

Vanaf 2027 vervalt de korting, waardoor brandstofkosten stijgen en elektrische mobiliteit relatief aantrekkelijker wordt.

5. Rapportage werkgebonden personenmobiliteit (WPM)

Vanaf 2027 geldt de WPM-verplichting alleen nog voor organisaties met 250 medewerkers of meer. De eerdere grens van 100 werknemers vervalt, waardoor veel middelgrote organisaties worden vrijgesteld. Rapporteren mag wel. Voor organisaties blijft de WPM een belangrijk instrument om CO₂-uitstoot en mobiliteitsstromen inzichtelijk te maken. Kijk voor meer informatie over de rapportageverplichting op RVO.nl.

6. Fiets van de zaak en deelfietsen

Voor de fiets van de zaak blijft de bijtelling in 2026 7% wanneer de fiets ook privé wordt gebruikt. Voor bedrijfsfietsen die niet structureel bij het woonadres van de werknemer worden gestald (zoals deel-, pool- en hubfietsen) geldt vanaf 2026 geen bijtelling. Deze regeling werkt met terugwerkende kracht tot 2020.

7. Reiskostenvergoeding en thuiswerkvergoeding in 2026

De onbelaste reiskostenvergoeding blijft in 2026 ongewijzigd op €0,23 per kilometer. Deze vergoeding geldt voor woon-werkverkeer en zakelijke reizen met eigen vervoer, openbaar vervoer of carpoolen. Voor openbaar vervoer mogen ook de werkelijke kosten belastingvrij worden vergoed. De thuiswerkvergoeding stijgt in 2026 naar €2,45 per dag, vijf cent meer dan in 2025.

Wat betekent het Belastingplan 2026 voor werkgevers?

Het Belastingplan 2026 zet werkgevers nadrukkelijk aan tot heroverweging van hun mobiliteitsbeleid. Door de hogere kosten voor zakelijke brandstofauto’s, onder andere door de nieuwe pseudo-eindheffing en het afbouwen van fiscale voordelen voor elektrische auto’s, wordt een traditioneel wagenpark structureel duurder.

Tegelijkertijd blijft elektrisch rijden relatief aantrekkelijk, waardoor de druk toeneemt om de overstap naar elektrische voertuigen te versnellen. In de praktijk blijkt echter dat niet elke medewerker hier direct voor openstaat. Laadinfrastructuur, rijbereik, privégebruik, hogere bijtelling en persoonlijke voorkeur spelen daarbij een grote rol.

Daarom wint het mobiliteitsbudget aan belang. Het biedt werkgevers de mogelijkheid om keuzevrijheid te creëren voor medewerkers, terwijl zij tegelijkertijd sturen op kostenbeheersing en duurzaamheid. Daarnaast vragen de wijzigingen om een herijking van lease- en mobiliteitsbudgetten. Door stijgende lasten en aangepaste vergoedingen wordt actief budgetbeheer steeds belangrijker.

Ook neemt de behoefte aan inzicht toe. Niet alleen om kosten te beheersen, maar ook om te voldoen aan rapportageverplichtingen zoals de WPM en bredere duurzaamheidsdoelstellingen.

Wat betekent het Belastingplan 2026 voor werknemers?

Voor werknemers verandert het mobiliteitslandschap geleidelijk maar merkbaar. Elektrisch rijden blijft fiscaal interessant, maar de voordelen nemen stap voor stap af. De keuze voor een leaseauto wordt daardoor steeds vaker een combinatie van fiscale, praktische en persoonlijke overwegingen.

De keuzevrijheid groeit. Mobiliteitsbudgetten, een privéauto, een mobiliteitskaart, de fiets van de zaak en deelfietsen maken het eenvoudiger om mobiliteit af te stemmen op de eigen situatie. De onbelaste reiskostenvergoeding en de hogere thuiswerkvergoeding vormen daarbij een stabiele basis.

Dit vraagt wel meer eigen regie van werknemers: bewuster omgaan met reisgedrag en inzicht krijgen in de financiële gevolgen van verschillende mobiliteitskeuzes.

Van losse regelingen naar een integraal mobiliteitsbeleid

De veranderingen in het Belastingplan 2026 laten zien dat mobiliteit niet langer los kan worden benaderd per regeling of vervoersmiddel. Een toekomstbestendig mobiliteitsbeleid vraagt om een integrale aanpak, waarin flexibiliteit, kostenbeheersing en duurzaamheid samenkomen.

Door te werken met flexibele reiskostenregelingen en mobiliteitsbudgetten met en zonder leaseauto, kunnen werkgevers verschillende vormen van mobiliteit combineren: elektrische auto’s, (deel)auto’s, fiets, openbaar vervoer en thuiswerkvergoedingen. Budgetten zijn bovendien eenvoudig aan te passen aan veranderende wetgeving en kostenontwikkelingen.

Een mobiliteitsplatform versterkt deze aanpak door alle mobiliteitsopties samen te brengen in één omgeving en fiscaal te optimaliseren. Voor medewerkers betekent dit gebruiksgemak en keuzevrijheid. Voor werkgevers levert het inzicht op in kosten, reisgedrag en CO₂-uitstoot, en vereenvoudigt het de fiscale en administratieve afhandeling.

Zo ontstaat een mobiliteitsbeleid dat meebeweegt met wetgeving én organisatieambities: flexibel voor medewerkers en beheersbaar, transparant en compliant voor de organisatie.

Samenvatting en conclusie: dit vraagt het Belastingplan 2026 van organisaties

Het Belastingplan 2026 maakt duidelijk dat zakelijke mobiliteit structureel verandert. Fiscale voordelen voor elektrische auto’s worden verder afgebouwd, kosten voor brandstofauto’s nemen toe en nieuwe maatregelen zoals de pseudo-eindheffing vergroten de financiële impact voor werkgevers. Vergoedingen voor reizen en thuiswerken blijven grotendeels intact en de ruimte voor flexibele mobiliteitsvormen zoals fietsen, deelmobiliteit en mobiliteitsbudgetten groeit.

Voor werkgevers betekent dit dat mobiliteit niet langer een losse arbeidsvoorwaarde is, maar een strategisch beleidsonderdeel. Wie vasthoudt aan traditionele wagenparkmodellen, krijgt te maken met stijgende kosten en beperkte flexibiliteit. Organisaties die nu inzetten op inzicht, keuzevrijheid en een integrale aanpak zijn beter voorbereid op 2026 en de jaren daarna.

Voor werknemers vraagt dit om meer eigen regie: bewuster kiezen hoe, wanneer en waarmee zij reizen, en inzicht krijgen in de financiële en praktische gevolgen daarvan.

De kern is helder: het Belastingplan 2026 versnelt de verschuiving van bezit naar gebruik, van vaste regelingen naar flexibele mobiliteitsoplossingen. Organisaties die hun mobiliteitsbeleid hier tijdig op aanpassen, creëren niet alleen fiscale en financiële voordelen, maar versterken ook hun aantrekkelijkheid als werkgever.

Wat kun je nu al doen?

1. Breng de impact op jouw organisatie in kaart. Inventariseer hoe de wijzigingen uitpakken voor jouw huidige wagenpark en mobiliteitsregelingen. Kijk daarbij niet alleen naar 2026, maar ook vooruit naar 2027 en verder.

2. Herijk lease- en mobiliteitsbudgetten: Door stijgende kosten en afbouw van fiscale voordelen is het belangrijk om budgetten te actualiseren. Transparante en realistische budgetten helpen om verrassingen voor zowel werkgever als werknemer te voorkomen.

3. Vergroot de flexibiliteit voor medewerkers: Niet elke medewerker kan of wil elektrisch rijden. Door ruimte te bieden voor alternatieven zoals mobiliteitsbudgetten, fiets, mobiliteitskaart, OV en deelmobiliteit vergroot je de keuzevrijheid en blijf je een aantrekkelijke werkgever.

4. Zorg voor inzicht en grip op mobiliteit èn kosten. Inzicht in kosten, reisgedrag en CO₂-uitstoot wordt steeds belangrijker, zowel voor kostenbeheersing als voor rapportageverplichtingen zoals de WPM. Dat vraagt om betrouwbare data en overzichtelijke administratie.

5. Kies voor een toekomstbestendig mobiliteitsbeleid. Het Belastingplan 2026 onderstreept dat mobiliteit vraagt om een integrale aanpak. Door nu al te werken aan een toekomstbestendig mobiliteitsbeleid, voorkom je ad-hoc aanpassingen en ben je beter voorbereid op nieuwe wet- en regelgeving.

De leasekosten stijgen. Tijd voor een mobiliteitsbudget binnen jouw organisatie?

Wij helpen je bij het vormgeven en implementeren van een duurzaam, wendbaar en aantrekkelijk mobiliteitsbudget, zodat jouw organisatie klaar is voor de toekomst. Benieuwd? Plan vandaag nog een afspraak in.